Toelichting meststoffen

Wanneer kan een stof als meststof gebruikt worden?
Dat kan als het op de eerste plaats als meststof kan worden aangemerkt en als daarnaast op de tweede plaats het gebruik als meststof ook is toegestaan.

Meststof volgens de Meststoffenwet

In artikel 1 onder d van de Meststoffenwet staat meststoffen zijn: producten (ook organismen en mengsels) die zelf gebruikt kunnen worden als groeimedium of als voedsel voor planten, en producten die zijn bestemd om toe te voegen aan grond of aan een groeimedium om deze beter geschikt te maken als voedingsbodem voor planten.

Uitvoeringsbesluit Meststoffen (UBM): Artikel 4

Om een product aan te merken als meststof en ook daadwerkelijk te mogen gebruiken moet het voldoen aan de volgende voorwaarden:
  • Een meststof verkeert in een voor de praktijk bruikbare toestand en is gelijkmatig van samenstelling.
  • Een meststof levert voedsel voor planten of delen van planten in de vorm van primaire of secundaire nutriënten of micronutriënten of verbetert de bodemeigenschappen door het leveren van organische stof dan wel door het in stand houden of het verlagen van de zuurgraad in de bodem en oefent de werking waarvoor de stof hoofdzakelijk is bedoeld, doeltreffend uit.
  • Een meststof heeft onder normale gebruiksomstandigheden geen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van mens, dier of plant of voor het milieu.
  • Overige organische meststoffen bevatten ten minste 20% organische stof van de droge stof.
  • Vaste overige organische meststoffen bevatten ten minste één van de volgende nutriënten, 0,5% stikstof (N), of 0,5% fosfaat (P2O5), of 0,5% kali (K2O) oplosbaar in water.
  • Vloeibare overige organische meststoffen bevatten ten minste één van de volgende nutriënten, 0,5% stikstof (N), of 0,5% fosfaat (P2O5), of 0,5% kali (K2O) oplosbaar in water. Allen uitgedrukt in % van de droge stof.
  • In overige organische meststoffen die ten minste 0,5 % stikstof bevatten, is de hoeveelheid organisch gebonden stikstof ten minste 85 % van de totale hoeveelheid stikstof.
  • Overige organische meststoffen bevatten geen biologisch afbreekbare delen met een diameter groter dan 50 millimeter en niet meer dan 0,5 % aan bodemvreemde niet-biologisch afbreekbare delen.
  • Ook zijn er beperkingen ten aanzien van de aanwezigheid van zware metalen, zie hiervoor bijlage II onder tabel 1 van het UBM.
  • En er zijn beperkingen ten aanzien van de aanwezigheid van organische microverontreinigingen, zie hiervoor bijlage II, onder tabel 4, bij het UBM.

Daarnaast geldt voor het mogen gebruiken van een meststof ook nog de voorwaarde dat meststoffen niet geheel of gedeeltelijk geproduceerd zijn uit of gemengd met, afvalstoffen of reststoffen, tenzij er geen landbouwkundige en milieukundige bezwaren bestaan.
Artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (URM) geeft in Bijlage Aa aan wanneer dergelijke bezwaren niet bestaan.

Overigens is het ook nog zo dat om overige organische meststoffen te mogen verhandelen, de producent/leverancier geregistreerd moet staan bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Meststoffenwet
Uitvoeringsbesluit Meststoffen
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet